Perikelen van een moderne huisvrouw

De laatste tijd zit het niet mee met mijn karma. Mijn wasmachine sputterde, foutmelding huppeldepup, te weinig water.

Er was anders genoeg regenwater dit jaar.
Ik poetste mijn filters, maar ik zat nog steeds met een ‘aan-en-uit’ springende regenwaterpomp, en een te flauw straaltje.
Ik belde een vakman die hier niet meer durft komen, sinds mijn zonneboiler stuk ging, en hij geen vervanging heeft gevonden voor de motor.
De installatie was vorige zomer geen 10 jaar oud, en toch zijn er al geen vervang stukken meer voorhanden.

Mijn wasmachine moest bij elk programma een keer of 10 herstart worden, ik lette op dat er zeker niemand doorspoelde of ander water verbruikte en zo sukkelde ik nog een tijdje voort. Toen verwijderde ik toch maar die goddamse filters. (En een paar dagen/doorspoelen later, plaatste ik nieuwe.)

Mijn armkracht is niet om over naar huis te schrijven. Dus buiten de hefboom die ik met mijn gewicht in de schaal gooi, heb ik weinig te bieden. Natuurlijk schiet dan dat ding uit uw handen, gevolg, bloedende vingers en ne filter die blijft lekken.

Vervolgens dook een ander zeer op van mijn wasmachine, bij te volle machine .. spuwt hij wel eens al zijn afvalwater in mijn berging. Hoera.

En een nieuw zeer: bij te weinig was, komt er schuim uit de machine onder de deur. Dat is pas echt hoera !

Vervolgens spreidde het probleem zich uit naar de vaatwas (bij nadere inspectie, als de stroomkabel in het water ligt -herinner de nog steeds lekkende regenwaterpomp- springt ‘de plon.’)

Ik ging de koe bij de horens vatten, bereidde mijzelf grondig voor (test aankoop to the rescue).. het was shoppingtime !

Papieren kadobonnen, dus ik wou hem toch in een fysieke winkel kopen, vond eentje waar ik hem 3 dagen later zou hebben , en het was gefixt dacht ik.

Tja tarára. De machine was pas leverbaar na 35 dagen (en zolang kon ik echt niet zonder) ik moest holderdebolder dan toch maar een ander model/merk bestellen. Bovendien zouden ze wel cadeau cheques aanvaarden maar geen ecocheques. Grommel grommel. Waarom zijn dat allemaal machines van 8/9 kg ? Mijn oude van 6kg was echt groot genoeg, wat zou het effect wel niet zijn op zijn verbruik (water/elektriciteit). Ik koos een andere (liet me leiden door een jonge verkoper die volgens mij in zijn heel leven nog geen enkele was heeft gedraaid) en ontevreden over mezelf, tufte ik naar huis.

Ondertussen staat hij hier te blinken, ik waste een eerste ‘wasje’. Waarbij ik 3,5 u moest wachten.. *kuch kuch* ecoprogramma wat ? Ik deed altijd een wasje van 1 of een half uur. Hoe zou dit eco kunnen zijn, als dit zoveel langer duurt ? Tot overmaat van ramp, spoelde de gouden strepen op mijn kleedje mee weg (echt 30° he !!)

En zelfs de letters van mijn looptruitje overleefden dat programma niet ?

Het boekje uitpluizen dan maar, een avond later weet ik dat ik geen programma ‘dagelijkse was’ meer heb, maar een verstopte knop ‘tijd besparen’ die er dan toch voor zou zorgen dat ik programma’s onder de 2u heb. (3u30-één keer duwen 2 u – twee keer duwen 50 min.. huh ?) Blijkbaar heb ik een machine gekocht voor mensen die propere was wassen? Hij heeft zelfs een stoom functie (semi droog – om geuren en kreuken te verwijderen) Volgens mij bestaan er echt 2 soorten mensen: zij die hun kledij wassen omdat je het hebt aangedaan EN zij die na 10 minuten een plek hebben, het ‘exposure’ gehalte van de vlek inschatten en vervolgens nog minstens 3 dagen vlekken toevoegen, tot het onvermijdelijk toch wel gewassen moet worden omdat het niet meer om aan te zien is. Ik zit duidelijk in ‘team vlek’. Wassen als het niet vuil is ? No way, leg maar op de badkamer stapel, dat kan ik nog eens aandoen.

Volgens de instructies moet ik kiezen tussen vlekkenoptie/voorwasoptie/vlekken en voorwas. En moeten AL die opties met waspoeder ipv vloeibaar middel.

Bij vorige machine (whirlpool) had ik echt een zalig goeie ‘fiche’ – één A4, die heel duidelijk van elk programma de combinaties, het verbruik, de waslabels, de mogelijke settings toonde (en zelfs de foutmeldingen) Nu heb ik 20 pagina’s, de verschillen in programma’s worden echt slecht uitgelegd, en er staan geen verbruiksgegevens in. (oké één wettelijk verplicht ‘theoritische’ schema van alleen dat ecoprogramma.)

Om nog te zwijgen van de duur, het is een beetje knopjes duwen, op start duwen, ne minuut of 5 wachten voor uw wasmachinedeur terwijl deze zogezegd hyperintelligente machine al zijn berekeningen doet, en dan pas geeft hij de ‘echte duur’ aan ?

Dat wordt ne zoektocht om die 3 verschillende soorten programma’s die ik deed, te vervangen.

Deze huisvrouw vloekt, als er iemand bij AEG werkt… geef dan ne keer een seintje è !

Terug naar school

Ik ga terug naar school ! Joepie !

Ik besefte het zelf nog niet zo goed, maar ik kreeg gisteren een mailtje van de juf, waarin stond dat we het de eerste les zouden hebben over materialen,waar aan te kopen en hoe in te loggen op het online systeem. Dat misschien een schrift ofzo wel handig zou zijn, en dat we op de speelplaats mochten parkeren. Zoooo Cool !

Echt een school dus.

Ik vermoed, maar ben niet zeker, dat het een klaslokaal met naaimachines zal zijn (en we niet té hard gaan moeten sleuren.)

Natuurlijk ben ik een beetje bang.

Ik ben eigenwijs. Ik vind het niet zo leuk als mensen zeggen ‘doe dit’. En ‘Neen dat is niet goed genoeg. Kom, doe nog maar eens opnieuw.’

Ik heb niet graag dat mensen over mijn schouder meekijken. Ik stel vervelende vragen. Veel Waarom’s , en Kan-het-niet-zo’s?

Ik ben nogal ongeduldig.  Tijd moet ‘opbrengen’. Een schooljaar is lang.

Eén avond in de week, dat ik er ‘niet ben’, zorgt dat ik de dagen vooraf en achteraf een tandje bij moet steken.

En toch doe ik het.

Ik ga bijleren, ik ga groeien , ik ga mensen leren kennen.

 

En .. om te beginnen..

mag ik al een nieuw schrift !

 

(De titel is ‘vrije tijd – lingerie’ . Het doet me denken aan 17 jaar geleden, toen wilde ik graag ‘snit en naad’ volgen, maar mijn toenmalige ega vond het een te grote belasting voor mij en ons huishouden. Echt precies alsof ik al die tijd in de jaren 60 heb geleefd. Gelukkig ben ik -net op tijd- wakker geworden.)

Dicht

Dinsdag moest ik naar het werk.

Ja u leest dat goed.

Good old fashioned werken op hoofdkantoor.

Woensdag was een feest vrije dag.

Donderdag moest ik naar het werk.

Mijn ‘koffertje’ – een voor 3 euro in de kringwinkel gekochte laptoptas- stond in de hal. Stilletjes, gesloten te wezen onder de kapstok.

Ik heb het daar neergezet vorige dinsdag,
en ik heb het daar ’s ochtends terug aangetroffen.

Mijn badge, muis, headset, lader, papieren, nog een bakje met codes,.. alles stond netjes klaar. Geen onderdelen verspreid over mijn living tafel.

Tijdens de wandeling met de hond vanmorgen heb ik wel even gedacht:
F*ck man die data aggregeren, hoe gaan we dat ooit gedaan krijgen?

Maar voorts bleef die tas mooi dicht.

Oh man wat heb ik daarvan genoten. Het smaakt naar meer.

FOMO

Fomo, The Fear Of Missing Out.
Maak daar, gezien de omstandigheden, maar ‘Missing out’ van.
Ik zou graag ‘the fear’ willen laten vallen.
Ik mis de laatste tijd weer veel.

Wij zeggen wel eens ‘ge hebt niks gemist’ als je te laat komt.
Of er een keertje niet bij kon zijn.
Het is troostend bedoeld, maar eigenlijk is het toch aan de persoon zelf om te bepalen of hij iets mist.

Ik denk dat we spreken van FOMO, als je hét gevoel hebt te moeten kiezen, of dat alles altijd net leuker lijkt als je er zelf niet bij was.
Wanneer de angst om iets te missen groter is, dan het missen zelf. Alsof de hele wereld samen is en jij alleen.
Nee .. ik ben meer het missende type.

Niet het angstige type.
Hoewel ik er soms ook wel gewoon eens wil bijhoren.

Zo lees ik overal blije berichten:

‘Woehoe ! Mijn vaccinatie uitnodiging is er.
Joehoe, ik mag gaan om mijn prik.
Jiepie, de vrijheid is in zicht.’
Ik wacht eigenlijk ook op een verlossende brief.

Maar hier lijkt het wachten, het wachten op Godot.

Er komt geen brief. Er komt geen uitnodiging.

Sinds 5 febr ben ik al ingeënt. Toen kon ik er niet trots op zijn. Het leek ongepast om het te delen.
Toen ik op 5 april een tweede shot kreeg, en de openbaring dat ik in de goeie groep zat, was ik dankbaar en opgelucht, maar de zeldzame keer dat ik het tegen iemand verklapte werd er raar gekeken. Zo precies of ik ‘voor wou steken’ of privileges eiste, terwijl ik alleen maar even wou zeggen: ‘kop op, het vaccin is onderweg’.

Ondertussen blijkt net het lotje dat ik trok (J&J) niet zo ideaal voor jonge vrouwen. (Hoera voor mijn 41, op de valreep oud genoeg.) En zijn de beschermingscijfers niet zo denderend. Terwijl iedereen juicht om zijn 95%, zit ik daar met een schamele 66%.

Het vaccin was in mijn geval GEEN doorbraak naar versoepelingen.

Zowel in februari als in april, bleven de maatregelen strikt. De cijfers bleven slecht, de uitrol van heel het vaccinatie schema leek weken, later maanden te duren. Mijn kids 14,17,20 zullen nog een lange tijd mogen wachten, als ze het al krijgen.

Ik weet het dus niet.

Heb ik nu last van MO of FOMO?
Mis ik het samenhorigheidsgevoel van iedereen die nu in de gevaccineerde club toetreedt?
Mis ik de verlossing die de brief met zich meebrengt? Of de schijn van opluchting eens je afspraak vast ligt?
Mis ik het uitkijken naar …?

Wat ik zeker mis, is het ‘zonder afspraak bij vrienden binnenvallen.’ Last minute zonder plannen. Of de ongedwongen iets grotere groep mensen waarin je vlotjes van het ene tafeltje naar het andere tafeltje gaat. Het dansen op muziek. Het opgaan in een groep en tegelijkertijd toch de mensen observeren. Maar ik ben niet bang, de samenhorigheid, de groep, hij is er nog, en als ik er klaar voor ben, dan gooi ik me er wel weer in.

Negatief – de test is negatief


November 2020.
Een donkere en lange corona herfst. Als eeuwig thuiswerkend extravert valt het me zwaar.
Zoekende ben ik, wat kan ik in deze bevreemdende tijden doen om toch het gevoel te hebben een steentje bij te dragen?
Hoe zet ik mij zinvol in voor de maatschappij ? Op de site van mijn werkgever zie ik een oproep. Ze zoeken mensen om deel te nemen aan een vaccin studie. Fase 3, van verschillende vaccins. Het ergste risico is dan al wel gepasseerd denk ik, dus vol goeie moed schrijf ik mij in.
Enkele kloefers van vragenlijsten later krijg ik bericht dat ik geselecteerd ben.
Toch verloopt het proces moeizaam. Eén studie wordt on hold geplaatst, mijn werkgever trekt zich terug uit het commitment, voor de andere studie kom ik minder in aanmerking. Weken gaan voorbij, ik krijg ingewikkelde mails, en lees af en toe toch wat verontrustende dingen.

5 Februari 2021 D-DAY !
De plaatsing van mijn serre is die ochtend niet kunnen doorgaan maar er stond nog iets in mijn verder-totaal-lege agenda. Ik heb een afspraak met het studiecentrum ! Ik ben in de doelgroep van Johnson&Johnson beland. De communicatie was verwarrend.
Met toch een beetje een bang hartje rij ik met de wagen naar daar. Lang niet gereden. Dat ook al.
Als ik toekom, staan er grote witte party tenten buiten die me doen terugdenken aan de beelden van de Italiaanse ziekenhuizen, nog maar een half jaar geleden. Het is een wat bizar gebouw, ook binnenin. Genummerde onderzoekskamers. Snelle nieuw/aanbouw, precies in alle haast neergezet.

De kamers zijn leeg maar toch ook vol materiaal. Face shields, reanimatie machines.
Allemaal genummerde kasten en lades. Eerst moet ik naar een dame. Een interview over mijn goeie bedoelingen en consequenties, grofweg even de 30 pagina’s tellende voorwaarden doornemen. Ik installeer een app om gedurende maanden mijn symptomen bij te houden. Geen bloed gaan geven. Geen nieuwe medicatie. (toen nog: geen andere vaccins bvb van de overheid) Als ik ziek wordt, ga ik niet naar de dokter. Niet naar een ziekenhuis. Ik bel het onderzoekscentrum en zij regelen alles. Ik krijg een linnen zak met een zuurstofmeter en thermometer. Van die swap staafjes in een biohazard zakje. Als ik besmet ben, of symptomen vertoon, geef ik dat aan in de app. En dan komt iemand aan huis die staafjes ophalen om te testen. Als ik ernstiger ziek wordt, komen er dokters geheel in beschermend wit pak naar mij thuis, voegt ze er nog aan toe als ik al aan het handtekenen ben. Als een directeur, stapel na stapel. Onwillekeurig denk ik even aan de term ‘doodvonnis’.

Met mijn bizarre ‘goodie bag’, begeef ik mij naar de volgende kamer. Rare mix, iets tussen kliniek en labo in, met al die prefab kamers. Het lijkt een obscure film te zijn waarin ik ben beland.

Een zwangerschapstest, ik plas in een potje en bedenk me: “hoe kan ik nu in godsnaam die toiletdeur openen en daarna mijn handen terug ontsmetten?”
Gelukkig negatief, stel u voor zeg. Dat zou pas schrikken zijn.
Temperatuur/bloeddruk, lengte, gewicht, een keertje ‘swappen’, instructies voor al die machinerie thuis en een bloedname.

Een grote kaft vergezelt me. In elke kamer komen er minstens 2 witte jassen die het uur noteren, en allerlei cijfers noteren in tabellen.  Ik ken vlotjes mijn naam, familienaam en geboortedatum, en reciteer die op eenvoudig verzoek. Ik slaag meermaals met glans.

De derde onderzoekskamer, ik voel me al behoorlijk proefkonijn als ik me weer op een plastiek matras moet neervleien. Een jonge knappe dokter komt de kamer binnen, hij kijkt me onderzoekend aan, bekijkt de pagina’s in mijn ondertussen indrukwekkende kaft en zegt:
‘amaai, uw operatie is echt goed gelukt.’

Vragend kijk ik hem aan.

“Ben je een vrouw” vraagt hij ? Al vanaf de geboorte ?”

Ijverig knik ik. ‘Dan ben ik zo dadelijk terug, want hier staat wel degelijk een M in je dossier.’

Het lange wachten, het vele papieren gehannes geeft iets surreëel aan de situatie.

Dubbel-blinde studie las ik (in de bundel die ik gelukkig weken voordien al doorgenomen had) Ze hoopten de studie naar een volgende fase te kunnen brengen. En dan zou er één groep 1 spuit en 1 placebo krijgen en één groep 2 spuiten. Om zo de vergelijking in de antistoffen te kunnen opmeten. Dus ik ging er vanuit dat ik wel de echte spuit zou krijgen. (Maar dus bij het eerste gesprek bleek de studie nog niet gekanteld, en kon het ook nog zijn dat ik in de 100% placebo groep belandde.)

De tijd gaat zo langzaam, nieuwgierig kijk ik de kamer rond.

Een geel bakje staat aan het voeteneinde. Er steken 2 spuiten uit. Buiten de streepjescode staat er in koeïen van letters ‘PLACEBO’ op de sticker.
WTF? denk ik, nog net niet luidop.

Dubbel blind, dat wil dus zeggen dat de onderzoekers die de spuiten toedienen ook niet weten of je het vaccin krijgt of niet.

Verbouwereerd zit ik daar… rustig de dokter af te wachten. Dat is niet dubbel blind ?!?!?

Na enige tijd komt er een dame met een schoteltje de kamer in. Ze zet het niet neer, maar wacht geduldig tot de dokter terug is.

Ik moet eerlijk bekennen, nu ik wist dat er mogelijks iets op het etiket stond, kon ik het toch niet laten een korte blik te werpen toen de spuit in mijn arm stak. Tevergeefs, de jonge dokter had zijn volledig vuist rond de spuit gekneld.   Nog nooit heb ik iemand zo een spuit zien zetten.

Voor hij weer verder gaat duwt hij de 2 uitstekende spuiten dieper in het afvalemmertje, kijkt mij even indringend aan, en duwt mijn spuit er ook in.

Ik moet nog 30 minuten blijven zitten.

Alleen in dat kamertje.

Naast het afvalbakje, met een open deur waar bijna continu mensen voorbij wandelen.

Zou ik rechtstaan? En even piepen ? Een camera hangt aan het plafond..

Ben ik in een candid camera beland ? Is dit een sociaal experiment?

Oh Liesbeth toch.. gij en uw avonturen altijd.

De volgende keer houdt ge toch maar gewoon uw arm naar beneden als ze vrijwilligers vragen.

Eerlijk

De stilte voor de storm.
Ik schreef er gisteren over.
Het examen is niet goed verlopen.
De emoties liepen hoog op.

Teleurstelling, geen zin om nog verder te doen.
Daar kwam bij dat papa liet blijken dat hij in een wereld zonder hen leeft.

Het pikte, ik zag het water in de ogen van mijn dochter.
Ik hoorde de afkeur in de stem van de oudste.
Daarover schrijven probeer ik hier zoveel mogelijk te vermijden. De rechtzaak is opnieuw lopende. En weer maar eens 6 maand uitgesteld.

Het is een zwaard van Damocles. Ik gun hem zijn geluk. Maar het gaat toch iets moeilijker als je ziet dat de kids onder zijn geklungel lijden.
Nu ik plots moet ‘bewijzen’ dat de kids lijden onder zijn gedrag, zet je echt de spotlights op de dingen die fout lopen.

Moet ik bijna noteren, want de lijst is eindeloos.
Ik werd net steeds beter in loslaten en aanpassen.
In last minute mijn plannen aan de zijne aanpassen. In onder de mat vegen van zaken die eigenlijk respectloos zijn.

Voor corona zei ik vaak tegen iedereen die het wou horen:

‘Ik heb de perfecte echtscheiding. We hebben een goed geregeld contract en contact. In onderling overleg kunnen we eigenlijk altijd afspraken maken die voor de kids het beste zijn.’

Wie had toen ooit durven voorspellen, dat er weken zouden zijn waarin ik niet naar het werk zou kunnen gaan, en de kids van bij de ex zouden school-pendelen?

Het huis heeft nog nooit zo leeg aangevoeld. En zelfs al zijn ze er niet, bezorgd ben ik toch. Alsof ik continu ‘permanentie’ heb, een paniektelefoon hier, een last minute opdracht daar. Soms staan ze onverwacht voor mijn deur. Vorige week was ik intens teleurgesteld toen bleek dat, net op het moment dat ik bij de autokeuring stond, de dochter een gesloten garagepoort trof ipv haar fiets op te pikken. Het gevoel tekort te schieten. Te falen.

De onzekerheid over ‘in welke staat’ de pubers terugkeren, en of ze zich weer maar eens, snel kunnen aanpassen als ze terug zijn. De totale vrijheid daar, het studeren en de strenge regels hier.

Het weegt. Voor iedereen. Maar kom. Ik hoorde gisteren van wijzigende plannen, dat ze 8 weken dus hier zullen zitten. Het laatste weekje studeren bij papa gaat niet door. Zijn vakantie gaat voor. Ik (en zij) schakelen dan maar weer.

den blok

En plots is het daar.

Het ogenblik. Dé moment.

Maandag 14 juni. Gedurende 50 minuten zal ik alleen thuis zitten.
Dochter heeft de 2 eerste lesuren examen, Zoon heeft lesuur 3 tot en met 5 examen.
De rust is weergekeerd. Wie had dat ooit gedacht?

Het lijkt bijna de terugkeer naar Normaal.
De examenperiode is heftig.
Beide pubers staan er niet goed voor.
Ze moeten leerstof en cijfers inhalen.

Ik heb (halve dagen) verlof genomen.

Nooit had ik durven voorspellen dat examinerende Pubers zo in uw vel zouden kunnen kruipen. Zelfs toen we nog een gezin met 5 waren, en er eigenlijk maar 1 echt moest leren.Toen moest er natuurlijk naar het werk gereden worden. Maar ik denk eerder dat het de combinatie van gezond eten, interesse tonen, meeleven met examens die niet goed gaan, peptalk’s geven, en vooral ook streng zijn is.. die me de das omdoet.

Ik kan niet goed streng zijn.
Ik had er zelf een hekel aan.
Ik weet het nog zó goed.
En toch kan ik niet anders.

‘Uw pauzes moeten korter zijn dan uw studieblokken.’
‘Stop met scrollen.’
‘Laat uw Gsm beneden.’
Ik hoor het mezelf zeggen.

‘Het is al 17u hé, hoeveel heb je al gedaan ? Morgen had je 2 vakken hé?’

De goede raad vliegt hen om de oren. Het is me te sterk, ik voel me machteloos.
Als ik voor deze zoveelste keer naar boven ga en hen niet studerend aantref.

Vroeger was het makkelijker, lang voor de examens begonnen konden we in een gesprek bepalen wat we zouden ondernemen om hun schooljaar wat meer kans op slagen te geven.

Dan maakten we afspraken voor het afgeven van laptop/PC. In onderling overleg. Éénmaal en daarna geen gehannes.

Nu staat er veel studiemateriaal online. Missen ze sociaal contact. En als je de laptop afneemt, dan gaan ze wel op de telefoon.

Maar dus ..

50 min gemoedsrust.
50 min stilte.

En daarna begint het weer.

Out of the blue

Waarschuwing: Relaas van ons eerste ´terrasje´.

Warm. Heet eigenlijk. Ne 17 jarige. Lievelingseten Pizza. Verjaren terwijl je moet studeren. Al 2de jaar op rij zonder vrienden. Horror. Maar kom. Wij hebben in ons dorp een goeie pizzeria. Met een piepklein terrasje. Dus reserveerde ik. Daags voordien. 18u. Nog snel een toerke met de hond. Helderblauwe lucht.

´Iedereen klaar? We zijn weg!´

Laf weer. Dat wel. 18u stipt. We stappen in de auto. Drup. Drup. Dikke zware ploffen op het autodak. Wat is dat? De zon schijnt.

18u05 we komen aan. Ondertussen spreken we van ´drashen’. Een watergordijn scheidt ons van de pizzeria. De parasols te klein. De stoelen en tafels nat.

19u. Het stopt met regenen. Met een nat gat maar volle maag verlaten we het terras. Het is nog steeds laf. Het zal tot 21u duren eer er een echt onweer komt met betrekken en donkere wolken en donder enzo.

Maar ons gereserveerd tijdstip terrassen, was nu eens een schoolvoorbeeld van ´out of the blue´. Geen wolkje aan de lucht. Prachtig blauw. Zo onverwachts als het gekomen is, is het ook gestopt. Heel plaatselijk. En toch .. een uurke lang nattigheid. Net boven dat terras.

Ik zag

Vorig jaar begon ik een blog post :

De “Maartse vlieg”. Zwart van kleur, verplaatsen zich vaak in groep en bij momenten imiteren ze een kolibrie door stationair te blijven hangen. Ze hebben lange poten die onder hun lijf bengelen …een beetje vreemde naam want het is ondertussen April !

Toen was misschien de inspiratie op, of april liep zijn gangetje, en ik vond mijn tekst niet relevant, weinig zeggend.  Ik weet nog hoe die zwerm muggen, mij de oversteek over het bruggetje beletten.

Vorige week jogde ik ’s middag (eind mei en eindelijk zomerse temperaturen) en kreeg ik weer zo een venijnigerd in mijn gezicht.

Trots kon ik tegen mijn loopmaatje* zeggen: De maarste vlieg, ik weet het nog.

De maartse vlieg (Bibio marci) is eigenlijk geen vlieg maar een mug. Als je ze ziet vliegen lijkt het een soort kruising tussen een vlieg en een mug. Het is net een 1 cm grote vlieg met de typische beharing en grote ogen terwijl het lijkt alsof ze een lange angel hebben hangen. Dit zijn echter de hangende achterpoten die je ziet terwijl ze langzaam boven het gras vliegen of stil in de lucht blijven hangen. Ze leven slechts enkele weken en leven dan enkel van plantensappen. Ze richten geen schade aan en kunnen zelfs niet steken. Om de mensen geen onnodige schrik te doen krijgen noemt men deze dan ook geen maartse mug, maar een maartse vlieg.

Misschien moet ik mijn klein gelukjes rubriek ‘ik zag’ maar terug wat leven in blazen ?

Want kijk de échte koekoeksbloem die ik opzocht vorig jaar, heb ik toch ook maar mooi onthouden tot deze lente !

*Door het jaar thuiswerken was ik op zoek naar wat koetjes en kalfjes gesprekken, èn naar een loop partner. Zo iemand om mee af te spreken, zodat je hersenen geen last minute excuses bedenken.  Ik sprak de loopclub aan, de buurman,.. iedereen was bang. Tot een man me opviel die hier wel eens gedurende de dag voorbij liep. Toen hij een keertje achter mij aan liep, en we hetzelfde tempo bleken te hebben, sprak ik hem impulsief aan. Dus ik kan nu met trots zeggen dat ik ondertussen wel over de middag ga joggen met vreemde mannen. Of misschien mag ik zeggen; ik heb er een vriend bij ?

 

Wij gingen óók naar het Terkameren bos.

Gisteren hoorde ik op het radio journaal dat er 9 manifestaties zouden zijn in Brussel waarvan er 3 verboden waren.  (Aanhangers van Jürgen Conings, Internationale mars tegen coronaregels in Europa, en La Boum 3)   Raar dat we altijd focussen op wat niet mag.  Welke 6 wél toegelaten werden kwam niet aan bod, dus ik zocht het even voor jullie op:

  • Zorgpersoneel
  • Vredesbeweging Midden-Oosten
  • Aanhangers Koerden
  • Pleitbezorgers voor Oeigoeren
  • Pleitbezorgers mensenrechten in Turkije
  • Tegenstanders van Wit-Russische regime

Klinkt in mijn ogen al een stuk positiever.   Maar wat is nu mijn verhaal ? 

Mijn Lief zag in de knack deze advertentie:

Niets speciaals voor u waarschijnlijk, maar in een ver verleden werkte ik in dat gebouw van ‘de royal belge’. Correcter zou eigenlijk zijn om te zeggen: ik werkte voornamelijk in het IT gebouw er vlak naast. Het was verbonden door een ‘passerelle’.  Lunchen en vergaderen, parkeren, de kids in de zomer afzetten, dat gebeurde in het bronzen Kruis, omringd door vijvers en wandelpaadjes.

(google maps gaf me onderstaande foto)

Ooooh wat was ik jong (en naïef en ambitieus) in die tijd.

Ik herinner me nog haarfijn de sollicitatie. Zo gaf ik nog borstvoeding aan nummer twee toen ik de vraag kreeg: Ja maar hoeveel kinderen ga je nog kopen ? We willen niet dat je teveel afwezig bent.  Verschillende carpool teams passeerden de revue, vooraleer we konden gedelokaliseerd en daarna zelfs thuis konden werken. Van een jong afgestudeerde kempense boerendochter naar een brusselse pendelaar’ster die meteen in een 100% franstalig team belandde.

Het moet dus ook méér dan een decennium geleden zijn, dat diezelfde persoon aan mij vroeg: ‘Ga je over de middag niet mee lopen in den bos?’   Ik moet nogal verbrouwereerd gekeken hebben als antwoord want tot op de dag van vandaag zegt mijn Lief: ‘Gij dierf gewoon niet, gij bangschijt.’ Alsof ik zijn goeie bedoeningen in vraag trok. 

Vermits het nog steeds tijden zijn waar er bitter weinig te doen is, trokken wij dus naar de vorstlaan. Ik hoopte een blik te werpen op het zwembad. (foto van het immokantoor) Jaja de ramen daar dat was refter  !  Daar zat ik wanhopig mijn best te doen om te kunnen volgen in de ‘wie wordt multimilionair’ van de walen. Nam ik afscheid van een collega met een hersentumor. Kregen de veel te jonge kids een croissants voor ik ze op hun kousevoeten in de opvang dropte.

Aansluitend zouden we een bos wandeling maken, mijn Lief zou tonen dat dat bos van Tervuren, tot aan het Zoniën woud gaat. – En dat ik geen schrik moest hebben 😉 –

Groot was onze teleurstelling.

Ons bezoek aan Doel was er niks tegen. 

Verlaten.  Kranen. Afval.  Overwoekerd. En die nieuwe appartementen dan ? 

Het bleek één promotie stunt te zijn. De foto’s zijn ‘plannen’. Het IT gebouw is net neergehaald en  één hoop steen/metaal. De werken waren net gestart.

Van een opendeurdag was er geen sprake.

En aangezien het de hele dag bleef gieten, hebben we het ook maar op een kleine wandeling gehouden. Door en doornat waren we na 3 km.

Om de beurten elk een slippertje op het modderige pad was voldoende.

Even installeerden we ons nog op ons eerste terrasje, maar de parasol was te klein, de wind te koud en de regen véél te nat.  We hielden het dan maar op een ‘trip down to memory lane’.