Dicht

Dinsdag moest ik naar het werk.

Ja u leest dat goed.

Good old fashioned werken op hoofdkantoor.

Woensdag was een feest vrije dag.

Donderdag moest ik naar het werk.

Mijn ‘koffertje’ – een voor 3 euro in de kringwinkel gekochte laptoptas- stond in de hal. Stilletjes, gesloten te wezen onder de kapstok.

Ik heb het daar neergezet vorige dinsdag,
en ik heb het daar ’s ochtends terug aangetroffen.

Mijn badge, muis, headset, lader, papieren, nog een bakje met codes,.. alles stond netjes klaar. Geen onderdelen verspreid over mijn living tafel.

Tijdens de wandeling met de hond vanmorgen heb ik wel even gedacht:
F*ck man die data aggregeren, hoe gaan we dat ooit gedaan krijgen?

Maar voorts bleef die tas mooi dicht.

Oh man wat heb ik daarvan genoten. Het smaakt naar meer.

FOMO

Fomo, The Fear Of Missing Out.
Maak daar, gezien de omstandigheden, maar ‘Missing out’ van.
Ik zou graag ‘the fear’ willen laten vallen.
Ik mis de laatste tijd weer veel.

Wij zeggen wel eens ‘ge hebt niks gemist’ als je te laat komt.
Of er een keertje niet bij kon zijn.
Het is troostend bedoeld, maar eigenlijk is het toch aan de persoon zelf om te bepalen of hij iets mist.

Ik denk dat we spreken van FOMO, als je hét gevoel hebt te moeten kiezen, of dat alles altijd net leuker lijkt als je er zelf niet bij was.
Wanneer de angst om iets te missen groter is, dan het missen zelf. Alsof de hele wereld samen is en jij alleen.
Nee .. ik ben meer het missende type.

Niet het angstige type.
Hoewel ik er soms ook wel gewoon eens wil bijhoren.

Zo lees ik overal blije berichten:

‘Woehoe ! Mijn vaccinatie uitnodiging is er.
Joehoe, ik mag gaan om mijn prik.
Jiepie, de vrijheid is in zicht.’
Ik wacht eigenlijk ook op een verlossende brief.

Maar hier lijkt het wachten, het wachten op Godot.

Er komt geen brief. Er komt geen uitnodiging.

Sinds 5 febr ben ik al ingeënt. Toen kon ik er niet trots op zijn. Het leek ongepast om het te delen.
Toen ik op 5 april een tweede shot kreeg, en de openbaring dat ik in de goeie groep zat, was ik dankbaar en opgelucht, maar de zeldzame keer dat ik het tegen iemand verklapte werd er raar gekeken. Zo precies of ik ‘voor wou steken’ of privileges eiste, terwijl ik alleen maar even wou zeggen: ‘kop op, het vaccin is onderweg’.

Ondertussen blijkt net het lotje dat ik trok (J&J) niet zo ideaal voor jonge vrouwen. (Hoera voor mijn 41, op de valreep oud genoeg.) En zijn de beschermingscijfers niet zo denderend. Terwijl iedereen juicht om zijn 95%, zit ik daar met een schamele 66%.

Het vaccin was in mijn geval GEEN doorbraak naar versoepelingen.

Zowel in februari als in april, bleven de maatregelen strikt. De cijfers bleven slecht, de uitrol van heel het vaccinatie schema leek weken, later maanden te duren. Mijn kids 14,17,20 zullen nog een lange tijd mogen wachten, als ze het al krijgen.

Ik weet het dus niet.

Heb ik nu last van MO of FOMO?
Mis ik het samenhorigheidsgevoel van iedereen die nu in de gevaccineerde club toetreedt?
Mis ik de verlossing die de brief met zich meebrengt? Of de schijn van opluchting eens je afspraak vast ligt?
Mis ik het uitkijken naar …?

Wat ik zeker mis, is het ‘zonder afspraak bij vrienden binnenvallen.’ Last minute zonder plannen. Of de ongedwongen iets grotere groep mensen waarin je vlotjes van het ene tafeltje naar het andere tafeltje gaat. Het dansen op muziek. Het opgaan in een groep en tegelijkertijd toch de mensen observeren. Maar ik ben niet bang, de samenhorigheid, de groep, hij is er nog, en als ik er klaar voor ben, dan gooi ik me er wel weer in.

Negatief – de test is negatief


November 2020.
Een donkere en lange corona herfst. Als eeuwig thuiswerkend extravert valt het me zwaar.
Zoekende ben ik, wat kan ik in deze bevreemdende tijden doen om toch het gevoel te hebben een steentje bij te dragen?
Hoe zet ik mij zinvol in voor de maatschappij ? Op de site van mijn werkgever zie ik een oproep. Ze zoeken mensen om deel te nemen aan een vaccin studie. Fase 3, van verschillende vaccins. Het ergste risico is dan al wel gepasseerd denk ik, dus vol goeie moed schrijf ik mij in.
Enkele kloefers van vragenlijsten later krijg ik bericht dat ik geselecteerd ben.
Toch verloopt het proces moeizaam. Eén studie wordt on hold geplaatst, mijn werkgever trekt zich terug uit het commitment, voor de andere studie kom ik minder in aanmerking. Weken gaan voorbij, ik krijg ingewikkelde mails, en lees af en toe toch wat verontrustende dingen.

5 Februari 2021 D-DAY !
De plaatsing van mijn serre is die ochtend niet kunnen doorgaan maar er stond nog iets in mijn verder-totaal-lege agenda. Ik heb een afspraak met het studiecentrum ! Ik ben in de doelgroep van Johnson&Johnson beland. De communicatie was verwarrend.
Met toch een beetje een bang hartje rij ik met de wagen naar daar. Lang niet gereden. Dat ook al.
Als ik toekom, staan er grote witte party tenten buiten die me doen terugdenken aan de beelden van de Italiaanse ziekenhuizen, nog maar een half jaar geleden. Het is een wat bizar gebouw, ook binnenin. Genummerde onderzoekskamers. Snelle nieuw/aanbouw, precies in alle haast neergezet.

De kamers zijn leeg maar toch ook vol materiaal. Face shields, reanimatie machines.
Allemaal genummerde kasten en lades. Eerst moet ik naar een dame. Een interview over mijn goeie bedoelingen en consequenties, grofweg even de 30 pagina’s tellende voorwaarden doornemen. Ik installeer een app om gedurende maanden mijn symptomen bij te houden. Geen bloed gaan geven. Geen nieuwe medicatie. (toen nog: geen andere vaccins bvb van de overheid) Als ik ziek wordt, ga ik niet naar de dokter. Niet naar een ziekenhuis. Ik bel het onderzoekscentrum en zij regelen alles. Ik krijg een linnen zak met een zuurstofmeter en thermometer. Van die swap staafjes in een biohazard zakje. Als ik besmet ben, of symptomen vertoon, geef ik dat aan in de app. En dan komt iemand aan huis die staafjes ophalen om te testen. Als ik ernstiger ziek wordt, komen er dokters geheel in beschermend wit pak naar mij thuis, voegt ze er nog aan toe als ik al aan het handtekenen ben. Als een directeur, stapel na stapel. Onwillekeurig denk ik even aan de term ‘doodvonnis’.

Met mijn bizarre ‘goodie bag’, begeef ik mij naar de volgende kamer. Rare mix, iets tussen kliniek en labo in, met al die prefab kamers. Het lijkt een obscure film te zijn waarin ik ben beland.

Een zwangerschapstest, ik plas in een potje en bedenk me: “hoe kan ik nu in godsnaam die toiletdeur openen en daarna mijn handen terug ontsmetten?”
Gelukkig negatief, stel u voor zeg. Dat zou pas schrikken zijn.
Temperatuur/bloeddruk, lengte, gewicht, een keertje ‘swappen’, instructies voor al die machinerie thuis en een bloedname.

Een grote kaft vergezelt me. In elke kamer komen er minstens 2 witte jassen die het uur noteren, en allerlei cijfers noteren in tabellen.  Ik ken vlotjes mijn naam, familienaam en geboortedatum, en reciteer die op eenvoudig verzoek. Ik slaag meermaals met glans.

De derde onderzoekskamer, ik voel me al behoorlijk proefkonijn als ik me weer op een plastiek matras moet neervleien. Een jonge knappe dokter komt de kamer binnen, hij kijkt me onderzoekend aan, bekijkt de pagina’s in mijn ondertussen indrukwekkende kaft en zegt:
‘amaai, uw operatie is echt goed gelukt.’

Vragend kijk ik hem aan.

“Ben je een vrouw” vraagt hij ? Al vanaf de geboorte ?”

Ijverig knik ik. ‘Dan ben ik zo dadelijk terug, want hier staat wel degelijk een M in je dossier.’

Het lange wachten, het vele papieren gehannes geeft iets surreëel aan de situatie.

Dubbel-blinde studie las ik (in de bundel die ik gelukkig weken voordien al doorgenomen had) Ze hoopten de studie naar een volgende fase te kunnen brengen. En dan zou er één groep 1 spuit en 1 placebo krijgen en één groep 2 spuiten. Om zo de vergelijking in de antistoffen te kunnen opmeten. Dus ik ging er vanuit dat ik wel de echte spuit zou krijgen. (Maar dus bij het eerste gesprek bleek de studie nog niet gekanteld, en kon het ook nog zijn dat ik in de 100% placebo groep belandde.)

De tijd gaat zo langzaam, nieuwgierig kijk ik de kamer rond.

Een geel bakje staat aan het voeteneinde. Er steken 2 spuiten uit. Buiten de streepjescode staat er in koeïen van letters ‘PLACEBO’ op de sticker.
WTF? denk ik, nog net niet luidop.

Dubbel blind, dat wil dus zeggen dat de onderzoekers die de spuiten toedienen ook niet weten of je het vaccin krijgt of niet.

Verbouwereerd zit ik daar… rustig de dokter af te wachten. Dat is niet dubbel blind ?!?!?

Na enige tijd komt er een dame met een schoteltje de kamer in. Ze zet het niet neer, maar wacht geduldig tot de dokter terug is.

Ik moet eerlijk bekennen, nu ik wist dat er mogelijks iets op het etiket stond, kon ik het toch niet laten een korte blik te werpen toen de spuit in mijn arm stak. Tevergeefs, de jonge dokter had zijn volledig vuist rond de spuit gekneld.   Nog nooit heb ik iemand zo een spuit zien zetten.

Voor hij weer verder gaat duwt hij de 2 uitstekende spuiten dieper in het afvalemmertje, kijkt mij even indringend aan, en duwt mijn spuit er ook in.

Ik moet nog 30 minuten blijven zitten.

Alleen in dat kamertje.

Naast het afvalbakje, met een open deur waar bijna continu mensen voorbij wandelen.

Zou ik rechtstaan? En even piepen ? Een camera hangt aan het plafond..

Ben ik in een candid camera beland ? Is dit een sociaal experiment?

Oh Liesbeth toch.. gij en uw avonturen altijd.

De volgende keer houdt ge toch maar gewoon uw arm naar beneden als ze vrijwilligers vragen.

Eerlijk

De stilte voor de storm.
Ik schreef er gisteren over.
Het examen is niet goed verlopen.
De emoties liepen hoog op.

Teleurstelling, geen zin om nog verder te doen.
Daar kwam bij dat papa liet blijken dat hij in een wereld zonder hen leeft.

Het pikte, ik zag het water in de ogen van mijn dochter.
Ik hoorde de afkeur in de stem van de oudste.
Daarover schrijven probeer ik hier zoveel mogelijk te vermijden. De rechtzaak is opnieuw lopende. En weer maar eens 6 maand uitgesteld.

Het is een zwaard van Damocles. Ik gun hem zijn geluk. Maar het gaat toch iets moeilijker als je ziet dat de kids onder zijn geklungel lijden.
Nu ik plots moet ‘bewijzen’ dat de kids lijden onder zijn gedrag, zet je echt de spotlights op de dingen die fout lopen.

Moet ik bijna noteren, want de lijst is eindeloos.
Ik werd net steeds beter in loslaten en aanpassen.
In last minute mijn plannen aan de zijne aanpassen. In onder de mat vegen van zaken die eigenlijk respectloos zijn.

Voor corona zei ik vaak tegen iedereen die het wou horen:

‘Ik heb de perfecte echtscheiding. We hebben een goed geregeld contract en contact. In onderling overleg kunnen we eigenlijk altijd afspraken maken die voor de kids het beste zijn.’

Wie had toen ooit durven voorspellen, dat er weken zouden zijn waarin ik niet naar het werk zou kunnen gaan, en de kids van bij de ex zouden school-pendelen?

Het huis heeft nog nooit zo leeg aangevoeld. En zelfs al zijn ze er niet, bezorgd ben ik toch. Alsof ik continu ‘permanentie’ heb, een paniektelefoon hier, een last minute opdracht daar. Soms staan ze onverwacht voor mijn deur. Vorige week was ik intens teleurgesteld toen bleek dat, net op het moment dat ik bij de autokeuring stond, de dochter een gesloten garagepoort trof ipv haar fiets op te pikken. Het gevoel tekort te schieten. Te falen.

De onzekerheid over ‘in welke staat’ de pubers terugkeren, en of ze zich weer maar eens, snel kunnen aanpassen als ze terug zijn. De totale vrijheid daar, het studeren en de strenge regels hier.

Het weegt. Voor iedereen. Maar kom. Ik hoorde gisteren van wijzigende plannen, dat ze 8 weken dus hier zullen zitten. Het laatste weekje studeren bij papa gaat niet door. Zijn vakantie gaat voor. Ik (en zij) schakelen dan maar weer.

den blok

En plots is het daar.

Het ogenblik. Dé moment.

Maandag 14 juni. Gedurende 50 minuten zal ik alleen thuis zitten.
Dochter heeft de 2 eerste lesuren examen, Zoon heeft lesuur 3 tot en met 5 examen.
De rust is weergekeerd. Wie had dat ooit gedacht?

Het lijkt bijna de terugkeer naar Normaal.
De examenperiode is heftig.
Beide pubers staan er niet goed voor.
Ze moeten leerstof en cijfers inhalen.

Ik heb (halve dagen) verlof genomen.

Nooit had ik durven voorspellen dat examinerende Pubers zo in uw vel zouden kunnen kruipen. Zelfs toen we nog een gezin met 5 waren, en er eigenlijk maar 1 echt moest leren.Toen moest er natuurlijk naar het werk gereden worden. Maar ik denk eerder dat het de combinatie van gezond eten, interesse tonen, meeleven met examens die niet goed gaan, peptalk’s geven, en vooral ook streng zijn is.. die me de das omdoet.

Ik kan niet goed streng zijn.
Ik had er zelf een hekel aan.
Ik weet het nog zó goed.
En toch kan ik niet anders.

‘Uw pauzes moeten korter zijn dan uw studieblokken.’
‘Stop met scrollen.’
‘Laat uw Gsm beneden.’
Ik hoor het mezelf zeggen.

‘Het is al 17u hé, hoeveel heb je al gedaan ? Morgen had je 2 vakken hé?’

De goede raad vliegt hen om de oren. Het is me te sterk, ik voel me machteloos.
Als ik voor deze zoveelste keer naar boven ga en hen niet studerend aantref.

Vroeger was het makkelijker, lang voor de examens begonnen konden we in een gesprek bepalen wat we zouden ondernemen om hun schooljaar wat meer kans op slagen te geven.

Dan maakten we afspraken voor het afgeven van laptop/PC. In onderling overleg. Éénmaal en daarna geen gehannes.

Nu staat er veel studiemateriaal online. Missen ze sociaal contact. En als je de laptop afneemt, dan gaan ze wel op de telefoon.

Maar dus ..

50 min gemoedsrust.
50 min stilte.

En daarna begint het weer.

Out of the blue

Waarschuwing: Relaas van ons eerste ´terrasje´.

Warm. Heet eigenlijk. Ne 17 jarige. Lievelingseten Pizza. Verjaren terwijl je moet studeren. Al 2de jaar op rij zonder vrienden. Horror. Maar kom. Wij hebben in ons dorp een goeie pizzeria. Met een piepklein terrasje. Dus reserveerde ik. Daags voordien. 18u. Nog snel een toerke met de hond. Helderblauwe lucht.

´Iedereen klaar? We zijn weg!´

Laf weer. Dat wel. 18u stipt. We stappen in de auto. Drup. Drup. Dikke zware ploffen op het autodak. Wat is dat? De zon schijnt.

18u05 we komen aan. Ondertussen spreken we van ´drashen’. Een watergordijn scheidt ons van de pizzeria. De parasols te klein. De stoelen en tafels nat.

19u. Het stopt met regenen. Met een nat gat maar volle maag verlaten we het terras. Het is nog steeds laf. Het zal tot 21u duren eer er een echt onweer komt met betrekken en donkere wolken en donder enzo.

Maar ons gereserveerd tijdstip terrassen, was nu eens een schoolvoorbeeld van ´out of the blue´. Geen wolkje aan de lucht. Prachtig blauw. Zo onverwachts als het gekomen is, is het ook gestopt. Heel plaatselijk. En toch .. een uurke lang nattigheid. Net boven dat terras.

Ik zag

Vorig jaar begon ik een blog post :

De “Maartse vlieg”. Zwart van kleur, verplaatsen zich vaak in groep en bij momenten imiteren ze een kolibrie door stationair te blijven hangen. Ze hebben lange poten die onder hun lijf bengelen …een beetje vreemde naam want het is ondertussen April !

Toen was misschien de inspiratie op, of april liep zijn gangetje, en ik vond mijn tekst niet relevant, weinig zeggend.  Ik weet nog hoe die zwerm muggen, mij de oversteek over het bruggetje beletten.

Vorige week jogde ik ’s middag (eind mei en eindelijk zomerse temperaturen) en kreeg ik weer zo een venijnigerd in mijn gezicht.

Trots kon ik tegen mijn loopmaatje* zeggen: De maarste vlieg, ik weet het nog.

De maartse vlieg (Bibio marci) is eigenlijk geen vlieg maar een mug. Als je ze ziet vliegen lijkt het een soort kruising tussen een vlieg en een mug. Het is net een 1 cm grote vlieg met de typische beharing en grote ogen terwijl het lijkt alsof ze een lange angel hebben hangen. Dit zijn echter de hangende achterpoten die je ziet terwijl ze langzaam boven het gras vliegen of stil in de lucht blijven hangen. Ze leven slechts enkele weken en leven dan enkel van plantensappen. Ze richten geen schade aan en kunnen zelfs niet steken. Om de mensen geen onnodige schrik te doen krijgen noemt men deze dan ook geen maartse mug, maar een maartse vlieg.

Misschien moet ik mijn klein gelukjes rubriek ‘ik zag’ maar terug wat leven in blazen ?

Want kijk de échte koekoeksbloem die ik opzocht vorig jaar, heb ik toch ook maar mooi onthouden tot deze lente !

*Door het jaar thuiswerken was ik op zoek naar wat koetjes en kalfjes gesprekken, èn naar een loop partner. Zo iemand om mee af te spreken, zodat je hersenen geen last minute excuses bedenken.  Ik sprak de loopclub aan, de buurman,.. iedereen was bang. Tot een man me opviel die hier wel eens gedurende de dag voorbij liep. Toen hij een keertje achter mij aan liep, en we hetzelfde tempo bleken te hebben, sprak ik hem impulsief aan. Dus ik kan nu met trots zeggen dat ik ondertussen wel over de middag ga joggen met vreemde mannen. Of misschien mag ik zeggen; ik heb er een vriend bij ?

 

Wij gingen óók naar het Terkameren bos.

Gisteren hoorde ik op het radio journaal dat er 9 manifestaties zouden zijn in Brussel waarvan er 3 verboden waren.  (Aanhangers van Jürgen Conings, Internationale mars tegen coronaregels in Europa, en La Boum 3)   Raar dat we altijd focussen op wat niet mag.  Welke 6 wél toegelaten werden kwam niet aan bod, dus ik zocht het even voor jullie op:

  • Zorgpersoneel
  • Vredesbeweging Midden-Oosten
  • Aanhangers Koerden
  • Pleitbezorgers voor Oeigoeren
  • Pleitbezorgers mensenrechten in Turkije
  • Tegenstanders van Wit-Russische regime

Klinkt in mijn ogen al een stuk positiever.   Maar wat is nu mijn verhaal ? 

Mijn Lief zag in de knack deze advertentie:

Niets speciaals voor u waarschijnlijk, maar in een ver verleden werkte ik in dat gebouw van ‘de royal belge’. Correcter zou eigenlijk zijn om te zeggen: ik werkte voornamelijk in het IT gebouw er vlak naast. Het was verbonden door een ‘passerelle’.  Lunchen en vergaderen, parkeren, de kids in de zomer afzetten, dat gebeurde in het bronzen Kruis, omringd door vijvers en wandelpaadjes.

(google maps gaf me onderstaande foto)

Ooooh wat was ik jong (en naïef en ambitieus) in die tijd.

Ik herinner me nog haarfijn de sollicitatie. Zo gaf ik nog borstvoeding aan nummer twee toen ik de vraag kreeg: Ja maar hoeveel kinderen ga je nog kopen ? We willen niet dat je teveel afwezig bent.  Verschillende carpool teams passeerden de revue, vooraleer we konden gedelokaliseerd en daarna zelfs thuis konden werken. Van een jong afgestudeerde kempense boerendochter naar een brusselse pendelaar’ster die meteen in een 100% franstalig team belandde.

Het moet dus ook méér dan een decennium geleden zijn, dat diezelfde persoon aan mij vroeg: ‘Ga je over de middag niet mee lopen in den bos?’   Ik moet nogal verbrouwereerd gekeken hebben als antwoord want tot op de dag van vandaag zegt mijn Lief: ‘Gij dierf gewoon niet, gij bangschijt.’ Alsof ik zijn goeie bedoeningen in vraag trok. 

Vermits het nog steeds tijden zijn waar er bitter weinig te doen is, trokken wij dus naar de vorstlaan. Ik hoopte een blik te werpen op het zwembad. (foto van het immokantoor) Jaja de ramen daar dat was refter  !  Daar zat ik wanhopig mijn best te doen om te kunnen volgen in de ‘wie wordt multimilionair’ van de walen. Nam ik afscheid van een collega met een hersentumor. Kregen de veel te jonge kids een croissants voor ik ze op hun kousevoeten in de opvang dropte.

Aansluitend zouden we een bos wandeling maken, mijn Lief zou tonen dat dat bos van Tervuren, tot aan het Zoniën woud gaat. – En dat ik geen schrik moest hebben 😉 –

Groot was onze teleurstelling.

Ons bezoek aan Doel was er niks tegen. 

Verlaten.  Kranen. Afval.  Overwoekerd. En die nieuwe appartementen dan ? 

Het bleek één promotie stunt te zijn. De foto’s zijn ‘plannen’. Het IT gebouw is net neergehaald en  één hoop steen/metaal. De werken waren net gestart.

Van een opendeurdag was er geen sprake.

En aangezien het de hele dag bleef gieten, hebben we het ook maar op een kleine wandeling gehouden. Door en doornat waren we na 3 km.

Om de beurten elk een slippertje op het modderige pad was voldoende.

Even installeerden we ons nog op ons eerste terrasje, maar de parasol was te klein, de wind te koud en de regen véél te nat.  We hielden het dan maar op een ‘trip down to memory lane’.

Guerilla gardening

Opmerkzaam,  zo zou ik mezelf wel omschrijven. Hoewel ik er meteen de kant-tekening* moet bijmaken, dat ik niet altijd opmerkzaam ben. Als ik iets hoor ritselen, geduldig ben en stilsta , dan ontdek ik het wel, dat muisje vlak naast mij onder die bladeren. Maar vaak gaat het leven gewoon door en zie je het muisje en zelfs de ree’n of het vosje niet. Je moet stil staan, stil zijn en geduldig.

Maar sommige dingen zijn ‘zo obviuos’ zoals mijn pubers zouden zeggen, dat ik er niet naast kan kijken.  Recht over mijn huis is een veld.  Dat veld komt met een ‘verval’, het ligt zo een anderhalve meter hoger dan de weg. en op die anderhalve meter groeien bramen. In oktober trof ik daar voor het eerst een pompoen aan, een knal oranje bal op ooghoogte. Zowat 1 kilo zwaar. Aangezien ik pompoenen op mijn terras had liggen dacht ik… hmmm .. één of ander dier? Ik  polste bij de buurman. Weet jij van wie die pompoen is ? En nam de pompoen mee naar binnen om er vervolgens heerlijke soep van te maken. Want ik dacht dat het de mijne was 😉

Hij dacht aan schoolkids, die hier nu wel eens met de hele klas passeren, ergens aan een voordeur  ‘gestolen’ en het gewicht dan beu zijn(maar het was geen sierpompoen.) In januari echter .. lag er weer één. Dat intrigeert me dus mateloos. 🙂

Ik heb ondertussen de enige andere moestuinier uit onze straat aangesproken: Waar in godsnaam komt die pompoen vandaag  ? Mis jij er?  Hij beschouwde het als sluikstorten. Maar dat is bijzonder vreemd, want achteraan mijn huis is een veel onopvallendere plaats waar de meeste sluikstortingen gebeuren (bvb gisteren nog doorgeschoten aardappelen) en die pompoenen zijn intact, niet rot ofzo.

April 2020, toen bleek dat de bloemenwinkels niet open mochten, bestelde ik een doos van 100 tulpen . Een nederlandse kweker zat met een tulpen overschot.  Voor de prijs van één ferme ruiker, kreeg ik dus 10 pakketjes van 10.  Ik deelde ze uit hier in de straat. Ieder kreeg een boeket van 10 tulpen.  Maar ik vond het vervelend om ze te moeten ‘afgeven’. De ene wou graag dié kleur, de andere wou wel 2 pakketjes mengen, ze polsten naar de reden van mijn vrijgevigheid of wilden graag iets ‘terugdoen’. Na een paar huizen had ik het gehad , ik aan het leuren met mijn emmer bloemen. Ik besloot voor ‘de verrassing’ te gaan. Gewoon een boeketje op je dorpel met een kaartje: ‘ Geniet ervan !’ Geen afzender. Geen gedoe. Wat opfleuring , een onbekende verrassing op een grijze dag. Zonder eisen, zonder bedankje, dat hoef ik niet.

Aan het einde van die donkere januari maand, bestelde ik opnieuw een bos tulpen, deze keer vergezeld van wel 100 bollen.  Ik stak er in de grond, deelde er hier en daar uit.

Maar het mysterie en de verrassing van de pompoen bleef in mijn hoofd spelen en bracht mij  op een idee ! Als ik die laatste 25 bollen nu eens bij elk huis in de voortuin of tussen het grind verstop ?  Ieder eerlijk verdeeld 1 bolletje, en dan eens kijken of iemand ze opmerkt .. net zoals de beren jacht,

 

Zoek die ene gele tulp, die elk huis heeft.

Misschien verras ik mezelf wel, want ik ben namelijk nogal vergeetachtig van aard. Alhoewel … het stiekem wachten op het donker,  mijn emmertje met daarin potgrond, water, tulpenbollen en mijn schepje. Achter de heg duiken als er een auto passeert. Het voelde allemaal super spannend. En een beetje illegaal. Zo snel vergeet ik dat niet. En zeg nu eens eerlijk:  “wat is er fijner dan leven te zien piepen dat zo duidelijk ‘Lente’ schreeuwt?”

Daar kan je nu toch niet tegen zijn é?

*hoe tof zou dat zijn als ik hier echt een tekening in de kant zou kunnen maken ? ik ben een doodle’er maar tekenen zou ik dat niet noemen.. misschien als ik later groot ben, en veel geoefend heb, dat ik het dan kan ?

 

Touché

Er valt niks te bereiken. Alles is klaar, op elk moment.

Ik zou dit of ik zou dat. Er is vanalles te bereiken en te doen. En voor je het weet, zit je erachteraan. Als als als…. en dan dan dan. 

Dan zal ik gelukkig zijn. Dat is niet waar. Dat is onzin. Binnen de kortste keren ben je gewend (aan je interieur ,je vrouw, ..) en zoek je een ander topic waar je naartoe kan streven.

Het ultieme inzicht is: dat er gewoon niks te bereiken valt.

Meestal als je iets bereikt hebt, heb je het gevoel van geluk. Maar als je nagaat waaruit dit gevoel van geluk bestaat, dan is het, het einde van de hunkering. Het .. Ik ben even van het gehunker af. Ik zou dit of dat of zus en zo.

Leg u meteen toe met het stoppen met hunkeren.

Laat het gewoon vallen.

Besta

Adem

Wees

Klaar.

Er is niks te doen

Wat een goed nieuws

Uit ‘Touché’- de podcast versie  van Friedl Lesage en Peter De graef.